Top of this page
Skip navigation, go straight to the content
OER. Iedere opleiding kent een Onderwijs- en Examenregeling (OER). Deze worden ieder jaar door Rik Kaasschieter opgesteld en, na advies door de opleidings- en examencommissies, en instemming door de faculteitsraad, door het faculteitsbestuur vastgesteld. De OER staat op het web (zie w3.win.tue.nl/nl/onderwijs).
Beschrijving onderwijseenheden. Iedere OER heeft een bijlage. Hierin staan vermeld de verplichte vakken en de aanbevolen keuzevakken van de opleidingen. Van alle vakken staat vermeld in welke perioden ze worden gegeven, voor hoeveel studiepunten ze tellen en de tentamenvorm (schriftelijk, opdracht, mondeling of combinaties). Van de schriftelijke tentamens staat vermeld in welke tentamenperioden ze worden afgenomen.
Examenreglement. Voor iedere opleiding is de OER nader uitgewerkt in het examenreglement. Deze worden ieder jaar door STU opgesteld en door de examencommissies vastgesteld. Het examenreglement staat op het web (zie w3.win.tue.nl/nl/onderwijs).
Bindend studieadvies. Aan het einde van het eerste studiejaar ontvangt iedere student een schriftelijk positief of negatief bindend studieadvies. De student ontvangt een positief studieadvies, wanneer hij/zij tenminste 30 studiepunten uit de propedeutische fase van het programma heeft behaald. In dat geval mag de student de bacheloropleiding voortzetten. De student ontvangt een negatief bindend studieadvies, wanneer hij/zij minder dan 30 studiepunten uit de propedeutische fase van het programma heeft behaald. In dat geval mag de student de opleiding niet voortzetten. Tevens wordt de student dan gedurende drie jaar niet toegelaten tot dezelfde bacheloropleiding. In de OER kunnen nadere eisen gesteld worden aan de bsa-norm van 30 studiepunten. Deze nadere eisen vervallen op het moment dat de student 40 studiepunten of meer heeft behaald. Studenten met een positief studieadvies, maar die nog geen 40 studiepunten hebben behaald, krijgen via een studiecontract de mogelijkheid om naast de resterende propedeusevakken een aantal tweedejaarsvakken te volgen.
Studiecontracten. Bijlage 1 van de OER bepaalt dat een student die zijn propedeusediploma nog niet heeft behaald niet mag deelnemen aan vakken uit het tweede jaar, tenzij de examencommissie hiertoe toestemming heeft verleend.
Met het studiecontract wordt beoogd dat een student die een positief studieadvies heeft gekregen, maar nog geen 40 studiepunten heeft behaald, een goed doordachte beslissing neemt over het vervolgen van de studie. Daarbij hoort het opstellen van een realistische studieplanning. Een student die zich aan de planning houdt zoals die in de bijlage van dit contract is vastgelegd, krijgt het voordeel van de twijfel. Voor een dergelijke student wil de opleiding moeite doen om de belemmeringen van de studievoortgang te beperken door hem of haar toegang te verlenen tot enkele vakken van het tweede jaar die in het studiecontract zijn vastgelegd. Wanneer de student zich niet aan het studiecontract houdt vervallen de rechten op het volgen van tweedejaars vakken.
Aan het eind van het eerste jaar van inschrijving in de bachelor krijgt elke student een studieadvies. De examencommissie verleent studenten die tenminste 40 studiepunten hebben behaald toestemming aan alle tweedejaars vakken deel te nemen. Als na afloop van het tweede jaar van inschrijving het propedeusediploma niet is behaald wordt geen verdere toestemming verleend.
Studenten met een positief studieadvies zonder tenminste 40 studiepunten te hebben behaald, die desondanks hun studie willen voortzetten, kunnen door middel van het afsluiten van een studiecontract voorwaardelijke toegang krijgen tot een beperkt aantal tweedejaars vakken die in het studiecontract zijn vastgelegd.
De studiecontracten worden in opdracht van de examencommissie opgesteld door de studieadviseurs Jan-Cees van der Meer (J.C.v.d.Meer@tue.nl) voor Technische Wiskunde en Roel Bloo (C.J.Bloo@tue.nl) voor Technische Informatica.
Stagereglement. De masteropleidingen hebben de gang van zaken rond een door de student te volgen stage vastgelegd in een stagereglement. De stages worden voor CSE, BIS en ES gecoördineerd door Peter Veltkamp (J.P.Veltkamp@tue.nl) en voor IAM door Martijn Anthonissen (M.J.H.Anthonissen@tue.nl). Een student wordt tijdens een stage begeleid door een stage- en bedrijfsbegeleider. Voor aanvang van de stage wordt door de student en bedrijfsbegeleider een stagecontract opgesteld en ondertekend. De student maakt een stageverslag. Na afloop van de stage wordt de student beoordeeld door de stagebegeleider met advisering door de bedrijfsbegeleider. De beoordeling is in gelijke mate gebaseerd op het procesmatige verloop van de stage, de inhoud van het geleverde werk en de verslaglegging. Zij wordt vastgelegd in een beoordelingsverslag.