Top of this page
Skip navigation, go straight to the content
In de elektronische vakkengids – te vinden via OWINFO (owinfo.tue.nl) – staan de gegevens van de op de TU/e gegeven vakken. Onze faculteit verzorgt alle vakken waarvan de bijbehorende code begint met 2. Het Onderwijsbureau (w3.win.tue.nl/nl/organisatie/organogram/faculteitsbureau/onderwijsbureau) onderhoudt de informatie van deze vakken in de vakkengids.
Bijzondere aandacht is er voor de tweetaligheid van de vakkengids. Het is nodig dat alle vakinformatie in het Engels beschikbaar is. Van alle bachelorvakken dient ook Nederlandstalige informatie beschikbaar te zijn.
Ieder vak heeft een verantwoordelijke docent of coördinator. De verschillende onderwerpen van de vakinformatie zijn:
Studiejaar. Hier staat normaal gesproken 2010/2011. Het kan zijn dat een vak in 2010/2011 niet meer wordt gegeven, maar studenten nog wel de gelegenheid hebben tentamen af te leggen.
Doelgroep opleiding. De doelgroep is de opleiding, waarvoor dit vak bestemd is. Het kunnen er meerdere zijn. Vermeld is ook de bijbehorende jaargang, alsmede de onderwijsperiodes. In de regel zijn de bijbehorende kwartielen voor alle doelgroepen gelijk, tenzij het vak meerdere malen per jaar gegeven wordt. Verder is vermeld of een vak een verplicht vak of een keuzevak voor een doelgroep is. Tenslotte is vermeld de taal (Nederlands of Engels), waarin het vak wordt gegeven. Ieder vak wordt voor alle doelgroepen in dezelfde taal gegeven, tenzij het vak meerdere malen gegeven wordt, al dan niet parallel. Het Onderwijsbureau verzorgt deze gegevens.
Studiepunten ECTS. Hier staat het aantal studiepunten vermeld, dat een student voor dit vak ontvangt.
Leerdoelen. Onder leerdoelen staat geen opsomming van te behandelen leerstof of activiteiten van de docent, maar wel een globale beschrijving van wat de student moet weten (kennis) en kunnen (vaardigheden) en welke inzichten of welke houding bereikt moet worden. Van belang is dat dit zodanig beschreven wordt, dat ook afgeleid kan worden of de doelen bereikt zijn. Dit zowel door de studenten zelf (zij beheersen de stof voldoende als zij bijvoorbeeld het genoemde begrip kunnen definiëren), als ook door de docent die de studenten aan de hand van een tentamen of opdracht moet beoordelen (blijkt uit het tentamen dat de student bijvoorbeeld het genoemde verschijnsel kan verklaren?). Om dat aan te geven dienen er gedragswerkwoorden te staan. Daarbij kunt u denken aan werkwoorden als: opnoemen, uitleggen, verklaren, oplossen, definiëren, illustreren, toepassen, vergelijken, analyseren, afleiden, relateren, beoordelen, kritiseren. Dit zijn gedragingen die meetbaar zijn. De verantwoordelijke docent of coördinator dient dit onderwerp te vullen en de tekst aan het Onderwijsbureau aan te leveren.
Inhoud. Een beknopte opsomming van de leerstof (concepten, methoden, technieken, verschijnselen, begrippen, problemen, etc.), die in het vak aan de orde komt. De verantwoordelijke docent of coördinator dient dit onderwerp te vullen en de tekst aan het Onderwijsbureau aan te leveren.
Weekinhoud. Hierin kan vermeld worden wat van week tot week behandeld wordt. Veel docenten plaatsen dergelijke informatie in hun studeerwijzer.
Voorkennis. Hierin wordt vermeld welke voorkennis verplicht dan wel aanbevolen is. Verplichte voorkennis betekent dat er slechts tentamen in het vak gedaan kan worden onder de voorwaarde dat de student geslaagd is voor het voorkennisvak. Verplichte voorkennis dient in de OER vermeld te zijn. Voor vakken in het allereerste semester van de bachelor is er natuurlijk geen voorkennis nodig (wel een VWO-diploma!). Voor alle vakken is het noodzakelijk de verplichte dan wel aanbevolen voorkennis te vermelden.
Vervolgvakken. Hier worden de vakken vermeld die goed als vervolgvak gevolgd kunnen worden.
Docenten. Als eerste staat vermeld de verantwoordelijke docent of coördinator. Verder kunnen er medewerkers aan een vak verbonden zijn in een drietal rollen: instructeur, mededocent en practicumleider. Het onderwijsbureau verzorgt deze gegevens.
Inlichtingen. Hier staat tenminste de naam met het interne adres en telefoonnummer van de verantwoordelijke docent of coördinator. Deze gegevens komen uit het universitaire personeelsinformatiesysteem. Gelieve onjuistheden aan het Onderwijsbureau te melden, die ze dan doorgeven aan Personeelszaken. Ook kan een secretariaat gemeld worden, als het wenselijk is dat de studenten daarmee in contact (kunnen) treden.
Studeerwijzer. Veel vakken hebben een studeerwijzer met daarin allerlei informatie voor de studenten die dit vak volgen. Wijzigingen kunnen aan het Onderwijsbureau worden doorgegeven.
Studyweb. Het is mogelijk aan te geven of Studyweb wordt gebruikt ter ondersteuning van het onderwijs in een vak. Gelieve hier zoveel mogelijk gebruik van te maken als service naar de studenten
Onderwijsvorm. Een vak kan meerdere onderwijsvormen hebben. Ook staat vermeld het aantal uren per week. Het Onderwijsbureau verzorgt deze gegevens. Indien u voor een bepaalde onderwijsvorm notebooks gebruikt en onderwijsruimte(s) met notebookvoorzieningen wenst, dient u dat hier te melden! Deze informatie wordt doorgespeeld aan de zaalverroosteraar. Ook uitzonderlijke constructies zoals alternerend onderwijs kunnen hier vermeld worden.
Videocolleges worden in principe opgenomen voor een periode van drie jaar. Daarom is het belangrijk dat bij de opname een goede basis wordt gelegd door de docent, om ervoor te zorgen dat de stof (opname) drie jaar meekan. Het opleidingsmanagement bepaalt in overleg met de betrokken docenten welke colleges op video worden opgenomen. Zodra deze zijn ingepland wordt er een operator ingehuurd. Deze is de hele periode ter plaatse (zie het collegerooster). Mocht er dus iets veranderen aan bijvoorbeeld de onderwijsvorm, dan graag tijdig bericht naar de operator en roostercoördinator om onnodige (hoge) kosten te voorkomen.
Tentamenvorm. Een vak kan meerdere tentamenvormen hebben (en/of). Bij schriftelijke tentamens staat ook vermeld het aantal uren van een tentamen (veelal 3) en de tentamenperiodes. Het Onderwijsbureau verzorgt deze gegevens.
Studiemateriaal. Van alle studiemateriaal graag vermelden of het verplicht dan wel aanbevolen is.