Top of this page
Skip navigation, go straight to the content
Bijlage 1
Checklist kwaliteit van schriftelijke tentamens Didactiekgroep, oktober 2009
Tentamenvragen
- Houd bij het opstellen van het tentamen de leerdoelen voor ogen; zorg voor een redelijke overdekking van deze leerdoelen in het tentamen en ga niet buiten die leerdoelen (een tentamen moet geen IQ-test zijn).
- Streef naar meerdere vragen over een onderwerp en naar meerdere niveaus (kennis, toepassing, inzicht).
- Overweeg voor kennisvragen het gebruik van vraagvormen, waarvan de beantwoording in principe weinig tijd kost, zoals aanvulvragen of meerkeuzevragen.
- Formuleer vragen helder en eenduidig; sluit ook aan op de leerstof met betrekking tot symbolen en terminologie.
- Vermijd stapelvragen; geef desnoods een realistische start bij een volgende stap in plaats van de student te dwingen de uitkomst van een vorige stap te gebruiken.
- Let bij meerkeuzevragen o.m. op korte heldere formulering, ontkenningen alleen indien nodig, random-locatie en geen opvallende vorm van het juiste alternatief.
- Geef voorafgaand aan de vragen voldoende informatie over de gewenste lengte en vorm van de antwoorden.
- Zorg ervoor dat studenten voldoende tijd hebben om het tentamen te maken.
- Wees duidelijk naar studenten over de tentamenprocedure (OWInfo, voorbeeldtentamens).
Beoordelen
- Wees duidelijk naar studenten over de beoordelingsprocedure. Vermeld op het tentamen de te behalen scores per (onderdeel van een) vraag.
- ·Stel vooraf modelantwoorden op met deelscores voor elementen.
- Stel vooraf de score vast die nodig is om te slagen; stel die achteraf alleen bij wanneer er bij de toets duidelijk iets is misgegaan (bijvoorbeeld een onduidelijk geformuleerde vraag of storing tijdens het tentamen).
- Laat je bij de beoordeling van een onderdeel niet beïnvloeden door de prestaties van een student bij andere onderdelen die daarvan los staan. Een mogelijkheid is per vraag ipv per student te beoordelen.
Collega's
- Raadpleeg collega’s bij het opstellen van een tentamen: een directe collega en een docent die een vervolgvak geeft.
- Laat een collega de tentamenvragen beantwoorden en meet ook de totaaltijd (een student heeft meer nodig).
- Raadpleeg collega’s bij de beoordeling van een tentamen (bijvoorbeeld bij gevallen rond de zak-/slaaggrens of bijvoorbeeld met een steekproef).
- Houd bij de beoordeling het achterliggende leerdoel in het oog, dus bijvoorbeeld niet beoordelen op spelfouten wanneer spelling geen leerdoel was.