Top of this page
Skip navigation, go straight to the content

Bijlage 2
Achtergrond bij checklist kwaliteit van schriftelijke tentamens Didactiekgroep, oktober 2009

 

De checklist is tot stand gekomen door het toepassen van aanwijzingen uit de literatuur over de kwaliteit van tentamens. Algemene kwaliteitseisen voor tentamens betreffen validiteit, betrouwbaarheid en bruikbaarheid.

Validiteit houdt in, dat het tentamen meet wat is beoogd te meten. Er wordt dan nog een onderscheid gemaakt tussen relevantie (de vragen gaan over de leerdoelen van het onderwijs) en evenwichtigheid (er zijn voldoende vragen per onderwerp en per niveau (bv. kennisvragen/toepassingsvragen/inzichtvragen). Een analyse van de Projectgroep Academische vorming liet zien dat lang niet alle leerdoelen (zoals in de interviews aangegeven) ook in de betreffende tentamens voorkomen. In een presentatie op een onderwijsdag lieten Perrenet en Sterk zien dat inzichtvragen relatief weinig voorkomen in onze tentamens en ze gaven voorbeelden van inzichtvragen die zouden kunnen worden gebruikt (spelen rondom definities, voorbeelden en tegenvoorbeelden, vragen waarom, vragen naar overzicht en samenhang, vragen naar specialisaties of generalisaties).

Betrouwbaarheid houdt in, dat het tentamen consistent meet. Er worden dan nog de volgende aspecten onderscheiden. Objectiviteit (de persoon van de beoordelaar heeft geen invloed op de beoordeling), specificiteit (alleen studenten die de stof voldoende beheersen kunnen de vragen maken), het juiste moeilijkheidsniveau (afstemming van de toets als geheel), differentiatie (het tentamen onderscheidt de studenten die de stof goed en de studenten die de stof minder goed beheersen), lengte (voldoende aantal vragen om toevalstreffers uit te sluiten).

Bruikbaarheid houdt in, dat het tentamen voldoet aan praktische eisen. Er wordt dan onderscheid gemaakt in efficiëntie (de beslagname op de tijd van de student en de docent is redelijk), eerlijkheid (iedere student goede en even grote kans kunnen en vooruitgang te tonen), voldoende beschikbare tijd (het werktempo heeft geen positieve of negatieve invloed op het resultaat, tenzij dat tempo zelf getoetst wordt).

Een tentamenprocedure moet voldoen aan uitvoerbaarheid en doorzichtigheid.
Uitvoerbaarheid houdt in, dat de procedures voor studenten en docenten werkbaar zijn. Doorzichtigheid houdt in, dat de relevante informatie aan studenten bekend is gemaakt, zodat optimale voorbereiding mogelijk is. Ook de beoordelingsprocedure moet vooraf helder zijn. Een aspect van dat laatste is, dat vooraf bekend is, hoeveel punten gehaald moeten worden om te slagen. Methodes van relatieve cesuurbepaling, zoals ‘grading on the curve’ (invloed van de behaalde scores op de zak-slaag-grens)  worden afgeraden.

Gebruikte literatuur
Berkel, Henk van & Anneke Bax (Eds.) (2006). Toetsen in het Hoger Onderwijs. Tweede herziene druk, Bohn Stafleu van Loghum, Houten.
Dousma,T., A. Horsten & J. Brants (1997). Tentamineren; Wolters-Noordhoff, Groningen.
Perrenet, Jacob & Hans Sterk (2002). Toetsen op inzicht. Presentatie Onderwijsdag Technische Wiskunde, 9 oktober 2002, Technische Universiteit Eindhoven.
Projectgroep Academische Vorming (2007). Onderzoek Academisch Profiel; BSc opleiding Technische Wiskunde, MSc opleiding Industrial and Applied MathematicsResearch; Technische Universiteit Eindhoven.
Vliet, R. van (1998). Docentenvademecum; Onderwijs Service Centrum, Technische Universiteit Eindhoven.